WePboek stopt per 1 september 2021
Wepboek
Wout wil niet

Wout speelt het liefste binnen, lekker knus bij mama. Maar mama wil dat hij ook de wereld buiten ontdekt. Wout wil niet. En al helemaal niet als hij moet! Hoe gaat mama dat oplossen?

Het woordweb
binnen buiten wereld hoofd liever hond samen spelen moeten plassen opgeven twee willen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Waar is het jongetje? Wat heeft het jongetje van een lap en een stoel gemaakt? Is het jongetje buiten of binnen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld binnen, buiten, wereld, hoofd, hond, spelen en plassen aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Wout wil niet en leg lappen stof en speelgoed op de tafel. Laat de peuters van een grote stoel en een lap stof een tent maken. We zijn nu binnen. Maar als we, zoals in het boek, in de tent zijn, spelen we binnen dat we binnen zijn. Ga vervolgens met de peuters naar buiten. Zijn we nu nog binnen? Nee … nu zijn we buiten. Ook buiten kan er heerlijk gespeeld worden. Tijdens mooi weer vinden peuters het eerlijk om samen met u, met behulp van wasknijpers, takken en lappen een eenvoudige tent te maken. Zo kan er buiten worden gespeeld en kunnen kinderen toch binnen in de tent gaan zitten.

De activiteitenhoek
Richt een huishoek in. Met een grote wasmachinedoos waarin gaten voor een deur en ramen zijn gemaakt, kunnen de peuters met speelgoed en knuffels fijn binnen spelen. Het huis kan vrolijk beschilderd worden zodat het een knusse speelhoek voor de peuters wordt.

Het boek
Koop het boek Wout wil niet of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie speelt er ook graag binnen? Mag je alleen buiten spelen? Met wie speel je buiten? Wat speel je buiten? Wie heeft er ook een hond? Speel je ook samen met je hond? Wat speel je met je hond?

Wat zit er in je buik, mama?

Er zit iets in mama’s buik, maar ik weet niet wat het is. Is het een chimpansee, is het een paard of is het misschien een inktvis?

Het woordweb
verrassing buik klein vlo inktvis zee aapje paard draak baby

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan?
Waar kijkt het jongetje naar? Wat zie je aan de buik van mama? Wat zit er in de buik van mama?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld de buik, de aap, de inktvis en het paard aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Wat zit er in je buik, mama? en leg foto’s van baby’s op de verteltafel. Wie heeft er ook een broertje of zusje? Wie krijgt een nieuw broertje of zusje? Wat doet een baby? Help je mama en papa met de baby? Is je broertje of zusje lief? Wat vind je heel leuk aan je broertje of zusje? Wat vind je niet leuk aan je broertje of zusje?

De babyhoek
Vertel de peuters dat u een verrassing heeft. Een babypop. Babypop moet natuurlijk verzorgd worden.
Richt een hoek in met babyknuffels, een babybadje, een wieg, rompertjes, hemdjes en luiers.
Wie kan er heel goed voor babypop zorgen?

Het boek
Koop het boek Wat zit er in je buik, mama? of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Bij wie heeft mama thuis ook een errassing? Wie krijgt er een nieuw broertje of zusje? Laat de peuter ook zelf het boek ‘voorlezen’ met behulp van de prenten uit het boek.

Twaalf kleine peuters

Chen en Yuk gaan vandaag voor het eerst naar de peutergroep. Zonder mama. Dat is spannend. Ze doen er allerlei leuke dingen: spelen, verven en zingen. En ze leren de andere peuters kennen. Aisha en Kofi, Gauri en Lars … Wel tien zijn het er. En juf Sofie en juf Wydia zijn er natuurlijk ook.

Het woordweb
juf ochtend huis zwaaien kinderen kar bakjes water jurk prinses schoenen verkleedkleren bakkersmuts doktersjas pop zaal opruimen vloer stoelen kring tafel appelsap zingen zon wc zandbak lezen voorlezen boek verf papier schilderij raam

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Hoe zouden de kinderen heten? Lijk jij op één van de peuters? Wat doen de peuters? Wat gaan de peuters doen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld kinderen, kar, jurk, schoenen, vloer en een boek aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Twaalf kleine
peuters en leg foto’s van de eigen groep op de verteltafel. Wie of wat is hetzelfde in het boek en de
eigen peuterspeelzaal of kinderdagverblijf? Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen?
Doen de peuters uit het boek dezelfde dingen als de peuters uit de groep doen?

De activiteitenhoek
Maak met een digitaal fototoestel gedurende een dag foto’s van de verschillende activiteiten. Zet ze
op de computer of print ze uit. Deze dagritmekaarten maken duidelijk wat de peuters gedurende de
dag hebben gedaan. Veel ouders vinden het leuk wanneer dit regelmatig of dagelijks terugkeert. Zo
zien de ouders in één oogopslag welke activiteiten de peuter heeft gedaan waardoor een gesprekje
tussen ouder en kind kan ontstaan.

Het boek
Koop het boek Twaalf kleine peuters of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen
die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees
het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen
maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Spelen de peuters ook met een kar en is er
een verkleedkist? Wie maakt er óók voor mama en papa een mooi schilderij? Ook kan er worden
ingegaan op de kleuren die in het boek aan bod komen. Wie ziet er iets in de groep dat de kleur
geel heeft?

Schatje en Scheetje

Schatje en Scheetje zitten in het gevang. Ze hebben een paar blauwe sokken gestolen. En elkaars hart. Elke dag kruipt Scheetje door de tralies naar buiten. Daar steelt hij al het mooie van het leven voor zijn Schatje. Hij brengt haar de zon, een halve maan, een hele sterrenhemel. Ze hebben het heerlijk in hun cel, Schatje en Scheetje. Maar dan slaat het noodlot toe: ze worden vrijgelaten! Wat nu?

Het woordweb
kerker boeven hart stelen sokken gevangen geluk raam tralies zee zon uitzicht schouders lasso
maan sterren sterrenhemel vangst slaap ochtend ontbijt vitaminen noodlot vrijlaten agent pikken

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn de meneer en de mevrouw? Wat hebben ze aan?
Wat valt je op aan het raam? Waarom zijn er hartjes getekend?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld kerker, boeven, sokken, zee, zon, uitzicht, schouders, lasso, maan, sterren sterrenhemel en agent aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Schatje en Scheetje en leg het samen met een paar roze en blauwe sokken op tafel. Mocht u in het bezit zijn van een boevenpak kunt u deze ook op tafel leggen. Waarom dragen Schatje en Scheetje aan het begin van het verhaal allebei één blauwe sok? Kijk naar de laatste prent. Hoe komen ze elk aan een roze sok? Wat haalt Schatje voor Scheetje en hangt hij op in de kerker?

De activiteitenhoek
Richt een schildershoek in. In het verhaal is ook een konijn. Wat doet het konijn? Laat de peuters met vrolijke kleuren een kleurenschilderij maken. Hang de schilderijen als een tentoonstelling op in deze hoek. Ga op een zonnige dag met de peuters naar buiten en bekijk samen met de peuter het groene gras, de bomen en de bloemen. Laat ze in dezelfde kleuren een mooi gekleurd schilderij maken.

Het boek
Koop het boek Schatje en Scheetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Schatje vindt Scheetje heel erg lief. Wie vind jij heel erg lief? Hoe laat je zien dat je hem of haar heel lief vindt? Wat vind je fijn om met haar of hem te doen?

Nippertje

Elke ochtend roept mama: ‘Opschieten, Nippertje! We moeten gaan.’ Maar Nippertje wil eerst zijn auto’s nog opruimen, of een liedje spelen op de piano. Nippertje kan niet opschieten en toch komt hij één keer precies op tijd!

Het woordweb
ochtend opschieten toren dozen blokjes auto opruimen stofzuigen verkeerd kast liedje piano
oefenen zenuwachtig horloge veters strikken school tuin bloemen mevrouw bus wachten lekkers
snoepje schoolplein leeg verbaasd laatste haakjes bezet kus doekje krukje ziek waarschuwen
ambulance wegdragen blozen tijd ziekenhuis vrolijk mop straat weg volgende

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? Waar kijkt het kleine egeltje naar?
Wat doet mama egel? Loopt mama egel snel of langzaam? Snel, ze heeft haast!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld toren, dozen, blokjes, auto, opruimen, kast, piano, horloge, veters, strikken, tuin, bloemen, mevrouw, bus, lekkers, schoolplein, haakjes en ziekenhuis aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Nippertje en leg het op tafel. Waarom zegt mama dat Nippertje moet opschieten? Kan Nippertje opschieten? Wat moet Nippertje allemaal doen voordat hij samen met mama naar de bus gaat? Door wie wordt
meneer Vogel op het nippertje gered? Door Nippertje!

De activiteitenhoek
Richt een speelgoedhoek in. Leg speelgoed door elkaar en plaats enkele lege manden of kisten. Maak met enkele picto’s (afbeelding blok, auto, pop, muziekinstrumenten) duidelijk waar welk speelgoed hoort. Laat de peuters al het speelgoed sorteren en op de juiste plek opbergen. Dan kunnen de peuters, net als Nippertje, een heel hoge toren bouwen, een liedje zingen en muziek maken.

Het boek
Koop het boek Nippertje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Heeft mama of papa ’s ochtends ook veel haast? Wat doe jij als je als eerste wakker wordt? Waar speel jij graag mee als je wakker bent? En daarna? Is het dan tijd om naar het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal te gaan?

Grote beer kleine beer

Kleine Beer wil net zo groot en snel worden als zijn moeder. In de koude poolsneeuw laat Moeder Beer aan Kleine Beer zien hoe het is om groot te zijn. Dat is leuk, maar Kleine Beer besluit dat hij nu nog niet groot wil zijn, want klein zijn heeft ook zo zijn voordelen …

Het woordweb
groot morgen koud berenhol poten rechtop staan eten stoeien lievelingsspelletje lachen giechelen rennen sneller wereld hemel wind sprong lucht vliegen landen plons zwemmen ijsschots schouders slaap

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wat doen de kleine beer en de grote beer? Waar zijn de kleine beer en de grote beer? Is het er warm of koud?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld berenhol, poten, rechtop staan, stoeien, rennen, wereld, hemel, sprong, lucht, vliegen, landen, plons, zwemmen en ijsschots aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Grote Beer Kleine Beer en leg het met verschillende andere boeken over beren en berenknuffels op de tafel. Hoe ziet een beer er uit? Wie zorgt er voor Kleine Beer? Wat ontdekt Kleine Beer? Wat kan Grote Beer wat Kleine Beer nog niet kan? Lees het boek voor. Stop na meerdere keren de animatie te hebben bekeken en het boek voor te hebben gelezen halverwege het verhaal. Wie kan vertellen wat er op de volgende prent gebeurt? Ga daarna verder met voorlezen.

De activiteitenhoek
Richt een berenhoek in waar het verhaal kan worden nagespeeld met een grote en een kleine beer.
Maak met behulp van kussens en een wit laken een sneeuwlandschap. De beren gaan rennen, liegen en ‘zwemmen’. Voor de peuters wordt het extra spannend als er ook een berenhol is gemaakt. Na een lange reis vol avonturen is Kleine Beer moe en gaat hij lekker slapen.

Het boek
Koop het boek Grote Beer Kleine Beer of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie kan er ook heel hard rennen? Wie gaat er wel eens op de schouders van mama of papa zitten? Dan ben je groot en kun je net als Kleine Beer bijna de hemel aanraken! Zijn er peuters die al eens hebben gezwommen? Springt de peuter dan samen met mama of papa óók met een plons in het water?

Bang Mannetje

Bang Mannetje is bang voor van alles: bang om iets te zeggen als er iemand voordringt bij de bakker, bang om de straat op te gaan in zijn lievelingsbloemenbroek, bang voor spoken onder zijn bed. Hopelijk kan de toverboom hem helpen om iets minder bang te worden.

Het woordweb
bang bakker voordringen spook Gouden Gids hulp spreekuur bellen afspraak wild woest woud
draak rookpluimen neusgaten vuurwolk zwevend geraamte spin losmaken draden donker pad
toverkol kikkers kakkerlakken pompoen soep vleermuis gehuil gekrijs sjaal hulp toverboom dapper

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Is het jongetje alleen? Wie zie je nog
meer? Waar is het jongetje?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld bang, bakker, spook, Gouden Gids, woud, draak, rookpluimen, neusgaten, geraamte, spin, toverkol, vleermuis en toverboom aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam enoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Bang Mannetje en leg het op tafel. Laat de peuters prenten aanwijzen die ze eng vinden. Zijn de peuters bang voor de toverkol? Bang voor de draak of bang voor de vleermuis? Is Bang Mannetje ook bang? Wie is er heel dapper en durft alles! Laat de peuters vertellen over wat ze durven. Net zoals een ‘best wel Dapper Mannetje’ zijn er heel veel ‘best wel Dappere Peuters’.

De aciviteitenhoek
Richt een emotiehoek in. In de emotiehoek kunnen de peuters kleuren sorteren. Van welke kleuren
word je heel vrolijk? Welke kleuren vind je eng en maken je een beetje bang? Ook kunnen de
peuters allerlei materialen met de ogen dicht voelen. Een zacht en harig kussentje geeft een knus,
warm en veilig gevoel. Van een stekelig voorwerp (bijvoorbeeld sommige schelpen) word je minder
blij. Hang een geel en een zwart vel aan de wand. Laat de peuters in tijdschriften plaatjes scheuren
waarvan ze vrolijk worden en plaatjes scheuren die ze eng vinden. Lijm de vrolijke plaatjes op het
gele vel en de enge plaatjes op het zwarte vel.

Het boek
Koop het boek Bang Mannetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Stop halverwege het verhaal en laat de peuters, met behulp van de illustraties, het verhaal zelf verder vertellen. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie is er wel eens bang? Bestaan er spoken onder het bed? Nee! Spoken bestaan niet. Waarvoor ben je bang? Wat doe je als je ergens
bang voor bent?