Wepboek
Zaza en het potje

‘Kijk eens wat ik hier heb?’ zegt mama. ‘Een potje om een plasje op te doen. Wie zou daarop passen?’ Zaza zou het echt niet weten. Ze zet al haar knuffels op het potje. Voor wie zou het potje zijn?

Het woordweb
potje plasje raar Roosje lievelingsknuffel klein giraffe dun groot lang mama passen.

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Hoe heet het
meisje? Wat staat er naast het meisje? Een potje! Wie plast er ook op een potje? … Zaza ook!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld het potje, de slang, de giraffe en mama aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter de namen van alle dieren?

Verteltafel
Richt een tafel in met voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Zaza en het potje en leg het op de verteltafel. Ga op zoek naar voorwerpen of knuffels die ook lang, dun of groot zijn. Speel het spel dat de peuters de knuffels mogen passen op het potje. Past de beer op het potje? Nee, de beer is te groot! Past de muis op het potje? Nee, de muis is te klein! Wie past er wel op het potje?
Alle peuters passen op het potje!

De potjeshoek
Richt een hoek in met alle knuffels en verschillende potjes. De peuters kunnen nu het verhaal
naspelen en alle knuffels op het potje passen. Welke knuffels passen en doen een ‘plasje’ op het
potje?

Het boek
Koop het boek Zaza en het potje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die
de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees
het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen
maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Wat doe je op een potje? Wie plast er ook al op een potje of oefent met een potje? Ziet het potje thuis er hetzelfde uit als in het boek?

Wout wil niet

Wout speelt het liefste binnen, lekker knus bij mama. Maar mama wil dat hij ook de wereld buiten ontdekt. Wout wil niet. En al helemaal niet als hij moet! Hoe gaat mama dat oplossen?

Het woordweb
binnen buiten wereld hoofd liever hond samen spelen moeten plassen opgeven twee willen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Waar is het jongetje? Wat heeft het jongetje van een lap en een stoel gemaakt? Is het jongetje buiten of binnen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld binnen, buiten, wereld, hoofd, hond, spelen en plassen aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Wout wil niet en leg lappen stof en speelgoed op de tafel. Laat de peuters van een grote stoel en een lap stof een tent maken. We zijn nu binnen. Maar als we, zoals in het boek, in de tent zijn, spelen we binnen dat we binnen zijn. Ga vervolgens met de peuters naar buiten. Zijn we nu nog binnen? Nee … nu zijn we buiten. Ook buiten kan er heerlijk gespeeld worden. Tijdens mooi weer vinden peuters het eerlijk om samen met u, met behulp van wasknijpers, takken en lappen een eenvoudige tent te maken. Zo kan er buiten worden gespeeld en kunnen kinderen toch binnen in de tent gaan zitten.

De activiteitenhoek
Richt een huishoek in. Met een grote wasmachinedoos waarin gaten voor een deur en ramen zijn gemaakt, kunnen de peuters met speelgoed en knuffels fijn binnen spelen. Het huis kan vrolijk beschilderd worden zodat het een knusse speelhoek voor de peuters wordt.

Het boek
Koop het boek Wout wil niet of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie speelt er ook graag binnen? Mag je alleen buiten spelen? Met wie speel je buiten? Wat speel je buiten? Wie heeft er ook een hond? Speel je ook samen met je hond? Wat speel je met je hond?

Wat zit er in je buik, mama?

Er zit iets in mama’s buik, maar ik weet niet wat het is. Is het een chimpansee, is het een paard of is het misschien een inktvis?

Het woordweb
verrassing buik klein vlo inktvis zee aapje paard draak baby

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan?
Waar kijkt het jongetje naar? Wat zie je aan de buik van mama? Wat zit er in de buik van mama?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld de buik, de aap, de inktvis en het paard aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Wat zit er in je buik, mama? en leg foto’s van baby’s op de verteltafel. Wie heeft er ook een broertje of zusje? Wie krijgt een nieuw broertje of zusje? Wat doet een baby? Help je mama en papa met de baby? Is je broertje of zusje lief? Wat vind je heel leuk aan je broertje of zusje? Wat vind je niet leuk aan je broertje of zusje?

De babyhoek
Vertel de peuters dat u een verrassing heeft. Een babypop. Babypop moet natuurlijk verzorgd worden.
Richt een hoek in met babyknuffels, een babybadje, een wieg, rompertjes, hemdjes en luiers.
Wie kan er heel goed voor babypop zorgen?

Het boek
Koop het boek Wat zit er in je buik, mama? of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Bij wie heeft mama thuis ook een errassing? Wie krijgt er een nieuw broertje of zusje? Laat de peuter ook zelf het boek ‘voorlezen’ met behulp van de prenten uit het boek.

Twaalf kleine peuters

Chen en Yuk gaan vandaag voor het eerst naar de peutergroep. Zonder mama. Dat is spannend. Ze doen er allerlei leuke dingen: spelen, verven en zingen. En ze leren de andere peuters kennen. Aisha en Kofi, Gauri en Lars … Wel tien zijn het er. En juf Sofie en juf Wydia zijn er natuurlijk ook.

Het woordweb
juf ochtend huis zwaaien kinderen kar bakjes water jurk prinses schoenen verkleedkleren bakkersmuts doktersjas pop zaal opruimen vloer stoelen kring tafel appelsap zingen zon wc zandbak lezen voorlezen boek verf papier schilderij raam

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Hoe zouden de kinderen heten? Lijk jij op één van de peuters? Wat doen de peuters? Wat gaan de peuters doen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld kinderen, kar, jurk, schoenen, vloer en een boek aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Twaalf kleine
peuters en leg foto’s van de eigen groep op de verteltafel. Wie of wat is hetzelfde in het boek en de
eigen peuterspeelzaal of kinderdagverblijf? Wat zijn de overeenkomsten en wat zijn de verschillen?
Doen de peuters uit het boek dezelfde dingen als de peuters uit de groep doen?

De activiteitenhoek
Maak met een digitaal fototoestel gedurende een dag foto’s van de verschillende activiteiten. Zet ze
op de computer of print ze uit. Deze dagritmekaarten maken duidelijk wat de peuters gedurende de
dag hebben gedaan. Veel ouders vinden het leuk wanneer dit regelmatig of dagelijks terugkeert. Zo
zien de ouders in één oogopslag welke activiteiten de peuter heeft gedaan waardoor een gesprekje
tussen ouder en kind kan ontstaan.

Het boek
Koop het boek Twaalf kleine peuters of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen
die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees
het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen
maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Spelen de peuters ook met een kar en is er
een verkleedkist? Wie maakt er óók voor mama en papa een mooi schilderij? Ook kan er worden
ingegaan op de kleuren die in het boek aan bod komen. Wie ziet er iets in de groep dat de kleur
geel heeft?

Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex

Op een mooie lentedag werd een kleine Dinodrachus geboren. Een Dinodrachus is half dinosaurus, half draak. Zijn moeder noemde hem Sjakie. Op een dag was Sjakie een beetje moe en besloot een dutje te gaan doen. Gelukkig had hij zijn konijn en zijn giraf. En terwijl hij ze stevig vasthield, viel hij in een diepe slaap. Maar toen gebeurde het … Plotseling kwamen er twee grote poten de grot binnen. Toen Sjakie wakker werd, schrok hij zich een stekel… Giraf en Konijn waren verdwenen!

Het woordweb
geboren Dinodrachus kleurtjes blokken computer mensenkind moe dutje slaap poten Tyrelierus
Rex knuffels pakken stomp wind verstijven wakker veilig afstand huilen dolblij vrienden

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? De kleine Dinodrachus is half dinosaurus en half draak. Hij heeft twee knuffels. Zie jij de knuffels?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld Dinodrachus, dinosaurus, kleurtjes, blokken, computer, dutje, poten, Tyrelierus Rex, knuffels, huilen, dolblij en vrienden aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex en leg het op tafel. Laat het boek, nadat u het boek enkele keren heeft voorgelezen en ze meerdere keren naar de animatie hebben gekeken, door de peuters met behulp van de prenten vertellen. Help de peuters weer op weg als het verhaal dreigt vast te lopen.

De activiteitenhoek
Richt een vriendenhoek in. De kleine Dinodrachus en het Tyramiesusje werden dikke vrienden. Ze speelden samen met hun knuffels en deden nog veel meer spelletjes, zoals verstoppertje spelen, zakdoekje leggen en vader en moedertje. In deze vriendenhoek mogen telkens twee of drie peuters samen iets maken of samen spelen. Overleg met de peuters wat ze graag alle twee of alle drie willen doen en laat ze vervolgens deze activiteit samen spelen of maken.

Het boek
Koop het boek Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex of leen het uit de bibliotheek.
Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Mag je iemand een klap geven? Wat bedoelt mama met iemand een poepie laten ruiken? Wie is jouw beste vriendje of vriendinnetje? Welke spelletjes speel jij met je beste vriendinnetje of vriendje?

Schatje en Scheetje

Schatje en Scheetje zitten in het gevang. Ze hebben een paar blauwe sokken gestolen. En elkaars hart. Elke dag kruipt Scheetje door de tralies naar buiten. Daar steelt hij al het mooie van het leven voor zijn Schatje. Hij brengt haar de zon, een halve maan, een hele sterrenhemel. Ze hebben het heerlijk in hun cel, Schatje en Scheetje. Maar dan slaat het noodlot toe: ze worden vrijgelaten! Wat nu?

Het woordweb
kerker boeven hart stelen sokken gevangen geluk raam tralies zee zon uitzicht schouders lasso
maan sterren sterrenhemel vangst slaap ochtend ontbijt vitaminen noodlot vrijlaten agent pikken

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn de meneer en de mevrouw? Wat hebben ze aan?
Wat valt je op aan het raam? Waarom zijn er hartjes getekend?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld kerker, boeven, sokken, zee, zon, uitzicht, schouders, lasso, maan, sterren sterrenhemel en agent aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Schatje en Scheetje en leg het samen met een paar roze en blauwe sokken op tafel. Mocht u in het bezit zijn van een boevenpak kunt u deze ook op tafel leggen. Waarom dragen Schatje en Scheetje aan het begin van het verhaal allebei één blauwe sok? Kijk naar de laatste prent. Hoe komen ze elk aan een roze sok? Wat haalt Schatje voor Scheetje en hangt hij op in de kerker?

De activiteitenhoek
Richt een schildershoek in. In het verhaal is ook een konijn. Wat doet het konijn? Laat de peuters met vrolijke kleuren een kleurenschilderij maken. Hang de schilderijen als een tentoonstelling op in deze hoek. Ga op een zonnige dag met de peuters naar buiten en bekijk samen met de peuter het groene gras, de bomen en de bloemen. Laat ze in dezelfde kleuren een mooi gekleurd schilderij maken.

Het boek
Koop het boek Schatje en Scheetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Schatje vindt Scheetje heel erg lief. Wie vind jij heel erg lief? Hoe laat je zien dat je hem of haar heel lief vindt? Wat vind je fijn om met haar of hem te doen?

Nippertje

Elke ochtend roept mama: ‘Opschieten, Nippertje! We moeten gaan.’ Maar Nippertje wil eerst zijn auto’s nog opruimen, of een liedje spelen op de piano. Nippertje kan niet opschieten en toch komt hij één keer precies op tijd!

Het woordweb
ochtend opschieten toren dozen blokjes auto opruimen stofzuigen verkeerd kast liedje piano
oefenen zenuwachtig horloge veters strikken school tuin bloemen mevrouw bus wachten lekkers
snoepje schoolplein leeg verbaasd laatste haakjes bezet kus doekje krukje ziek waarschuwen
ambulance wegdragen blozen tijd ziekenhuis vrolijk mop straat weg volgende

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? Waar kijkt het kleine egeltje naar?
Wat doet mama egel? Loopt mama egel snel of langzaam? Snel, ze heeft haast!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld toren, dozen, blokjes, auto, opruimen, kast, piano, horloge, veters, strikken, tuin, bloemen, mevrouw, bus, lekkers, schoolplein, haakjes en ziekenhuis aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Nippertje en leg het op tafel. Waarom zegt mama dat Nippertje moet opschieten? Kan Nippertje opschieten? Wat moet Nippertje allemaal doen voordat hij samen met mama naar de bus gaat? Door wie wordt
meneer Vogel op het nippertje gered? Door Nippertje!

De activiteitenhoek
Richt een speelgoedhoek in. Leg speelgoed door elkaar en plaats enkele lege manden of kisten. Maak met enkele picto’s (afbeelding blok, auto, pop, muziekinstrumenten) duidelijk waar welk speelgoed hoort. Laat de peuters al het speelgoed sorteren en op de juiste plek opbergen. Dan kunnen de peuters, net als Nippertje, een heel hoge toren bouwen, een liedje zingen en muziek maken.

Het boek
Koop het boek Nippertje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Heeft mama of papa ’s ochtends ook veel haast? Wat doe jij als je als eerste wakker wordt? Waar speel jij graag mee als je wakker bent? En daarna? Is het dan tijd om naar het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal te gaan?

Natte voeten

Veertje en haar hondje Tommie worden wakker. Weer een nieuwe dag! Ze spelen met alles wat bij de herfst hoort, zoals een grote hoop bladeren.

Het woordweb
wakker dwarrelen bladeren vangen bladerhopen plensbui drogen doornat paraplu omdraaien boot
storm stranden waaien droog wind hoog touw beneden rijden kar landen verhaaltje slapen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn Veertje en Tommie? Wat valt uit de lucht op de grond?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld dwarrelen, bladeren, vangen, bladerhopen, plensbui, doornat, paraplu, boot en storm aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Natte voeten en
leg bladeren in verschillende kleuren op de tafel. De bladeren kunnen worden gesorteerd en er kunnen bladerhopen van worden gemaakt. Laat de peuters de bladeren net als in het boek omhoog gooien en omlaag dwarrelen. Daarna kunnen ze tot bladerhopen bij elkaar worden geveegd

De activiteitenhoek
Richt een mooie herfsthoek in. De peuters kunnen herfstspullen van thuis meenemen. Ook kan er gezamenlijk een herfstwandeling worden gemaakt. Alle eikels, kastanjes, bolsters en bladeren worden in de hoek tentoongesteld. Leg een blad op een vel papier en laat de peuters met een tamponeerkwast de omtrek van een blad schilderen. Als het blad wordt weggehaald is er een mooie omtrekvorm te zien. Door een blad te beschilderen en er daarna op een leeg vel papier een afdruk van te maken, is het hele herfstblad zichtbaar. Hang alle schilderijen als een herfsttentoonstelling in de hoek op.

Het boek
Koop het boek Natte voeten of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie heeft er ook een keer in een plensbui gelopen en werd doornat? Heb je je thuis afgedroogd en droge kleren aangetrokken? Wie vindt het ook leuk om bladeren te vangen of om grote bladerhopen te maken? Als er een tuin of speelplaats bij het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal is, is het voor de peuters een feest om alle bladeren op te ruimen. Maak van alle bij elkaar geveegde bladeren een hele grote bladerhoop!

Mag ik eens in je luier kijken?

Muisje is ontzettend nieuwsgierig. Overal wil hij in kijken, zelfs in de luiers van zijn vriendjes. Haasje, Geitje, Hondje, Koetje, Paardje en Varkentje, een voor een komen ze aan de beurt. Dan willen de vriendjes natuurlijk ook wel eens weten wat er in de luier van Muisje zit. Er staat hen een grote verrassing te wachten.

Het woordweb
nieuwsgierig onderzoeken in kijken gaatje potje flesje holletje snuitje overal luier hazenkeuteltjes
geitenkeuteltjes hondendrolletje koeienvlaai paardenvijgen varkenspoep potje.

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het muisje? Wat heeft het muisje aan?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld kijken, gaatje, potje, flesje, holletje, snuitje, overal, luier, hazenkeuteltjes, hondendrolletje, varkenspoep en potje aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Mag ik eens in je luier kijken? en leg luiers, knuffels en een potje op de tafel. Wie draagt er ook een luier? Welke peuters oefenen al om op een potje te zitten? Knap hoor! De poppen en de knuffels willen ook graag een luier aan. Wie kan pop of knuffel verschonen? Eén pop wil graag oefenen op een potje. Welke peuter kan pop helpen?

De activiteitenhoek
Richt een potjeshoek in. Zet verschillende potjes in de hoek. Leg verschillende knuffels en poppen
én een stapel luiers in de hoek. In een babybadje en met natte doekjes kunnen de peuters iedereen
verschonen.

Het boek
Koop het boek Mag ik eens in je luier kijken? of leen het boek uit de bibliotheek. Door de animatie
en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie draagt er ook een luier? Wie oefent er zoals Muisje op een potje? Ook is het leuk om samen met de peuters alle keuteltjes en drolletjes uit het boek te tellen. Hoeveel drolletjes heeft hondje in zijn luier? Eén!

Knuf is vies

Als de knuffel van Pip vies is, heeft mama een goed idee: Pip en Knuf mogen sámen in bad! Dat is leuk! Zo willen alle peuters wel dat hun knuffel gewassen wordt!

Het woordweb
knuffel vies schoon nat droog zandbak zand water taart tuinslang sop badschuim bad emmer warm koud afdrogen.

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wijs Pip aan. Pip heeft een knuffel. De knuffel heet Knuf. Wie heeft er ook een knuffel? Hoe heet je knuffel? Wordt je knuffel wel eens vies? Knuf wel!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn til, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld de tuinslang aan en vraag wat het is. Ook kunt u een woord benoemen waarna de peuter het woord aanwijst.

Verteltafel
Richt een tafel in met voorwerpen uit het woordweb. Er kunnen verschillende spelletjes met de voorwerpen worden gespeeld zoals het kimspel en voorwerpen bij elkaar leggen die bij elkaar horen. Met een bakje warm en een bakje koud water kunnen de peuters ervaren wat warm en koud is. Met zandvormpjes kunnen de peuters aan de slag gaan met het maken van zandtaartjes. Met een bak water en badschuim kunnen de peuters zélf sop maken!

Het onnozele gansje

Als Vosje Gansje wijsmaakt dat haar oren weg zijn, is Gansje helemaal in paniek. Waar zijn haar oren? Dan komt ze Pauw tegen, die toevallig oren verkoopt. Wat een geluk! Gansje is zo opgewonden, dat ze niet ziet dat Pauw puntige oren, een dikke staart en vlijmscherpe tanden heeft. Kunnen de vrienden van Gansje haar redden?

Het woordweb
oren weg veren nek vleugels rennen verloren lang groot kopen winkel vermommen streek redden
perfect knetterend flapperen verloren verslagen prikken wegjagen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat is dit voor een dier? Wat zie je aan Gansje? Waar zijn
haar oren?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld oren, veren, nek, vleugels en winkel aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Het onnozele Gansje en leg foto’s van verschillende dieren op de tafel. Laat de peuters eerst bij alle dieren de ogen aanwijzen. Zo kunnen ook alle neuzen en snavels aangewezen worden. Tot slot kunnen de peuters op zoek gaan naar de oren. De oren van een gans zitten heel goed verstopt.

De activiteitenhoek
Richt een mooie oren- en luisterhoek in. Natuurlijk mag de prent van Gansje niet ontbreken. Gansje
kan met haar oren heel goed horen! In de luisterhoek kunnen de peuters luisteren naar mooie verhalen en ook zelf geluid maken. Met allerlei verschillende voorwerpen kan geluid worden gemaakt. Een leuke oefening is om geluiden uit de groep op te nemen en de peuters te laten raden welke geluiden het zijn. Herkennen de peuters het geluid van een lopende kraan, het geluid van een stofzuiger, het drinken van een glas water of het dekken van de tafel?

Het boek
Koop het boek Het onnozele Gansje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Waar luister jij graag naar? Kun je oren echt in de winkel kopen? Kun je je eigen oren aanraken? Wat zit er nog meer aan je hoofd? Zing met de peuters het liedje Hoofd, schouders, knie en voet(teen), knie en voet(teen). Hoofd, schouders, knie en voet(teen). Knie en voet (teen). Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie, en voet(teen), knie en voet(teen). Laat de peuters de ogen sluiten. Loop naar een hoek en vraag me
zachte stem waar je staat. Hebben alle peuters goed gehoord waar u staat en wijzen ze de juiste richting aan? Wat een knappe oren!

Grote beer kleine beer

Kleine Beer wil net zo groot en snel worden als zijn moeder. In de koude poolsneeuw laat Moeder Beer aan Kleine Beer zien hoe het is om groot te zijn. Dat is leuk, maar Kleine Beer besluit dat hij nu nog niet groot wil zijn, want klein zijn heeft ook zo zijn voordelen …

Het woordweb
groot morgen koud berenhol poten rechtop staan eten stoeien lievelingsspelletje lachen giechelen rennen sneller wereld hemel wind sprong lucht vliegen landen plons zwemmen ijsschots schouders slaap

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wat doen de kleine beer en de grote beer? Waar zijn de kleine beer en de grote beer? Is het er warm of koud?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld berenhol, poten, rechtop staan, stoeien, rennen, wereld, hemel, sprong, lucht, vliegen, landen, plons, zwemmen en ijsschots aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Grote Beer Kleine Beer en leg het met verschillende andere boeken over beren en berenknuffels op de tafel. Hoe ziet een beer er uit? Wie zorgt er voor Kleine Beer? Wat ontdekt Kleine Beer? Wat kan Grote Beer wat Kleine Beer nog niet kan? Lees het boek voor. Stop na meerdere keren de animatie te hebben bekeken en het boek voor te hebben gelezen halverwege het verhaal. Wie kan vertellen wat er op de volgende prent gebeurt? Ga daarna verder met voorlezen.

De activiteitenhoek
Richt een berenhoek in waar het verhaal kan worden nagespeeld met een grote en een kleine beer.
Maak met behulp van kussens en een wit laken een sneeuwlandschap. De beren gaan rennen, liegen en ‘zwemmen’. Voor de peuters wordt het extra spannend als er ook een berenhol is gemaakt. Na een lange reis vol avonturen is Kleine Beer moe en gaat hij lekker slapen.

Het boek
Koop het boek Grote Beer Kleine Beer of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie kan er ook heel hard rennen? Wie gaat er wel eens op de schouders van mama of papa zitten? Dan ben je groot en kun je net als Kleine Beer bijna de hemel aanraken! Zijn er peuters die al eens hebben gezwommen? Springt de peuter dan samen met mama of papa óók met een plons in het water?

Giraf gaat slapen

Op een nacht hoort Giraf geluiden. Enge geluiden. Hij kan er de hele nacht niet van slapen. Zou het een monster zijn? Wat moet hij doen? ‘Nooit meer slapen natuurlijk!’ zegt Krook. ‘En heel hard zingen,’ roept Zebra, ‘want daar houden monsters niet van.’ Gelukkig heeft Olifant een beter plan…

Het woordweb
Oor deken luisteren voorbij gekraak geritsel eng geluiden monster in elkaar kruipen nooit slapen giechelen spelen rivier taart zonnen dam huis welterusten moe zuchten nacht hart bonken hard ingen stijf angst bonzen schaduw adem vriendelijk ruizen rivier stromen water zee dicht nachtmuziek

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? Is het dag of nacht? Waaraan zie
je dat?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld oor, deken, luisteren, geluiden, in elkaar kruipen, slapen, spelen, rivier, taart, zonnen, moe, zingen, schaduw en nachtmuziek aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Giraf gaat slapen en leg het samen met een pyjama op tafel. Waarom durft Giraf niet te slapen? Waarvoor is Giraf bang? Ben jij ook bang als je gaat slapen? Waarvoor ben je bang? Wie roep je als bang bent? Is Giraf aan het einde van het boek nog bang? Nee, Giraf geniet van de nachtmuziek!

De activiteitenhoek
Richt een slaapkamerhoek in. Speel dat één van de knuffels bang is. De knuffel durft niet te gaan slapen. De knuffel hoort enge geluiden, gekraak en geritsel. Welke peuter kan knuffel helpen? isschien kan een peuter met behulp van de prenten uit het boek de knuffel het verhaaltje ‘voorlezen’. Kan de knuffel nu lekker gaan slapen? Welterusten!

Het boek
Koop het boek Giraf gaat slapen of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Wie er ook bang in het donker? Welke geluiden hoor jij in bed als je gaat slapen? Ook die geluiden horen bij de nachtmuziek!

En nu lekker slapen

Dit boekje helpt peuters na een dag vol spelen en ravotten rustig in slaap te vallen. Als alle dieren naar bed zijn gebracht, gaat ook het kindje lekker slapen: Sst… niet wakker maken, hoor!

Het woordweb
poesje konijntje slapen moe slokje water wakker stippelhondje vogel wiegeliedje baby schaapje muizensnuitje roze varken kindje open dicht

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wijs Poesje aan. Waar is Poesje? Poesje ligt in bed. Wat doe je in bed? Slapen!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijnstil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld het glas met water aan en vraag hoe het heet. Ook kunt u een woord benoemen waarna de peuter het woord uitspreekt. Weet de peuter de namen van alle dieren?

Verteltafel
Richt een tafel in met voorwerpen uit het woordweb. Er kunnen verschillende spelletjes met de voorwerpen worden gespeeld zoals een slokje water drinken uit een glas met water. Een pop met ogen die open en dicht kunnen, is het kindje. Ssst … het kindje gaat liggen in een poppenbed en de oogjes gaan … dicht. Zet pop overeind. De oogjes gaan open. Wie slaapt er ook in bed? Leest mama of pap

Doornroosje

Er was eens een prinsje, hij heette Casper. Zijn mama had een kindje in haar buik. Toen de baby geboren was, zei zijn papa: ‘Casper, jij mag voor iedereen een kaartje maken om te vertellen dat je een zusje hebt gekregen. Ze heet Doornroosje.’ Casper maakte kaartjes voor iedereen. De mooiste kaartjes waren voor de feeën. Daarna kon het geboortefeest beginnen.

Het woordweb
prinsje kindje wens verwachting koninkrijk rozen knutselpapier kaartje fiets troonzaal krijsen wakker bonbon gedonder onweer stampvoetend spinnewiel verbranden boze fee slapen torenkamer
rozenstruiken prins kusje

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wie is dit meisje? Wat doet het meisje? Waarom slaapt ze tussen rozen? Weet iemand hoe het meisje heet?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld prinsje, kindje, rozen, knutselpapier, kaartje, fiets, troonzaal, baby, fee, spinnewiel, slapen, verbranden, rozenstruiken, prins en kusje aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Doornroosje en leg het samen met enkele rozen op tafel. Sprookjes beginnen altijd met ‘Er was eens’ en eindigen met ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’. Wie kan het verhaal van Doornroosje navertellen nadat u het boek heeft voorgelezen en de animatie enkele keren heeft laten zien? Laat een dik sprookjesboek zien. Welke sprookjes uit het dikke sprookjesboek kennen de kinderen? (Hans en Grietje, De wolf en de zeven geitjes, De gelaarsde kat, Assepoester, Sneeuwwitje)

De activiteitenhoek
Richt een kaartenhoek in. Pas als Casper voor iedereen een kaart mag maken, vindt hij het erg leuk
dat hij een zusje heeft gekregen. Hij maakt de mooiste kaarten. Vouw stevig papier tot kaarten en laat de peuters met vingerverf een mooie kaart voor mama, papa, opa of oma maken. Met al die mooie kaarten lijkt het wel feest in de groep!

Het boek
Koop het boek Doornroosje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie heeft er ook een broertje of zusje gekregen? Vond je het leuk dat je een broertje of zusje kreeg? Heeft iedereen toen een kaart gekregen voor een geboortefeest? Kreeg de baby ook cadeautjes?

De lievelingstrui

Kleine Toon wilde dolgraag groeien. Hij deed zijn best, en toch lukte het niet. ‘Maar,’ zei kleine Toon, ‘mijn lievelingstrui kan ik zelf aandoen!’ En dat was waar. Toen kwam er een dag dat de trui niet meer aanwilde.

Het woordweb
klein groeien stoel kast plank groeimeter trui mouw lievelingstrui aantrekken oever ondersteboven
rollen boos varen hempje groeien springen vlot vlag lievelingsvlag

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wat doen de dieren? Wat hebben de dieren aan? Wie heeft er ook een rode trui? Is het je ievelingstrui?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld stoel, kast, plank, groeimeter, trui, hempje*, groeien, vlot en vlag aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden? * Hempje is de schrijfwijze in het prentenboek

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De Lievelingstrui en leg verschillende baby- en peuterkleren op de tafel. Vergelijk een babytrui en een peutertrui met elkaar. Wat is het verschil? Passen de kleren die je als baby droeg nu ook nog? Waarom niet? Vergelijk nu de kleren die u draagt met de kleren die de peuter draagt. Neem van thuis een T-shirt mee en trek dit eerst zelf aan. Laat daarna een peuter het shirt dragen. Zien de peuters dat het shirt nog veel te groot is?

De was – knuffelhoek
In dit boek zitten veel oorzaak- en gevolgrelaties en het leent zich dus ook voor vragen van het derde niveau. Dit zijn vragen op taalkundig niveau zoals het benoemen van oorzaak en gevolg en het stellen van vervolgvragen. Knuf is vies en moet worden gewassen. Als iets nat is, droog je het af zodat het weer droog wordt. Richt een hoek in waar knuffels gewassen kunnen worden. Met een poppenbadje, warm water en badschuim kunnen de peuters alle vieze knuffels wassen. Doe de peuter een schort voor zodat zijn kleren tijdens het wassen droog blijven. Als de knuffel weer schoon is, mag het drogen op een handdoek.

De activiteitenhoek
Hang in een hoek een groeimeter. Een voor een kunnen de peuters tegen de muur, waaraan de groeimeter hangt, staan. Hang bij elk streepje een foto van het kind. Herhaal deze activiteit edurende het jaar. Wie is er de volgende keer gegroeid? Niet alleen mensen maar ook dieren en planten groeien. Zaai met de peuters radijs of tuinkers in een potje aarde. Al na een paar dagen zien de peuters dat de plantjes zijn gegroeid

Het boek
Koop het boek De Lievelingstrui of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Hebben de peuters ook een trui of broek die zo fijn zit dat ze het elke dag wel willen dragen? Dan is dat je lievelingstrui of je lievelingsbroek. Hebben de peuters ook een keer meegemaakt dat iets niet meer past? Wat heeft mama of papa toen met de trui of broek gedaan? Wat draag je nog meer en past als je gegroeid bent niet meer? Je broek, je jas, je schoenen én … je trui!

Bibi gaat naar de bieb

Bibi heeft haar bibliotheekkaart gepakt. Ze heeft haar tas vol boeken gestopt. En ze heeft haast. Waarom heeft ze haast? Omdat het dinsdag is en op dinsdag gaan Bibi en haar moeder altijd naar de bibliotheek. Ga mee met Bibi naar de bieb en kijk wat daar allemaal te doen is.

Het woordweb
bibliotheek negen uur boeken rugzak bibliotheekkaart vlakbij lopen bibliothecaresse machine kinderen hoek stil gebaren voorlezen uitzoeken lenen cappuccino sap schuim

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan?
Wat heeft het meisje in haar hand? Waar zijn zoveel boeken te vinden? Is er iemand wel eens in de bibliotheek geweest? Wat kun je doen in een bibliotheek?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld bibliotheek, boeken, rugzak, bibliotheekkaart, kinderen en cappuccino aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Bibi gaat naar de bieb en leg het met verschillende andere boeken op de tafel. Vergelijk de boeken met elkaar. Ga ook een keer voorlezen. Wie kent het verhaal al? Is het fijn om een verhaal nóg een keer te horen? Stop halverwege het verhaal en laat een van de peuters het verhaal zelf verder vertellen.

De was – knuffelhoek
Richt in een hoek een bibliotheek in waar de peuters boeken kunnen ‘lenen’ en waar ook in prentenboeken gelezen kan worden. Natuurlijk is er ook een computer aanwezig waar alle prentenboeken op www.wepboek.nl te beluisteren en te bekijken zijn. Oudere peuters vinden het heerlijk om een bekend prentenboek met behulp van de illustraties aan andere kinderen of knuffels ‘voor te lezen’.

Het boek
Koop het boek Bibi gaat naar de bieb of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Zijn de peuters al eens in een bieb geweest? Informeer bij de plaatselijke bibliotheek naar de mogelijkheden om een bezoekje met uw groep aan de bieb te maken. Daarnaast organiseert de bibliotheek regelmatig speciale voorleesuurtjes voor peuters.

De wiebelbillenboogie

Als mama even weg moet, zorgt papa voor de kinderen zoals alleen hij dat kan. Binnen de kortste keren wordt het een vrolijke bende. Alles kan en alles mag. Wat zou mama daarvan vinden?

Het woordweb
mama weg werk papa zorgen gooien ballen lucht gillen indiaan opperhoofd verkenning volgen honger bananenjacht bad schuim zwarte voeten spuiten vissen kom billen wiebelen slurf slap thuiskomen dansen zingen lachen kijken

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn dit voor dieren? Waar zijn de olifanten? Wat zijn de olifanten aan het doen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld mama, papa, gooien, ballen, indiaan, bad, schuim, zwarte, voeten, billen, wiebelen, dansen en zingen aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De wiebelbillenboogie en leg verkleedkleren van een indiaan, een tros bananen, badschuim en een bak met water op de tafel. Laat de peuters zich als indiaan verkleden en ga met ze op bananenjacht. Hebben de peuters van de jacht vieze handen gekregen? Met schuim en water worden de handen gewassen. Het is de hoogste tijd om de bananen te gaan eten. Tijdens het fruituurtje kan er heerlijk van de bananen worden gesmuld. Dan is het tijd voor de wiebelbillenboogie. Zing het lied Eén voor de centjes. Twee voor de show. Op drie ben je klaar voor de billenboogie, Go! En … laten alle peuters de billen wiebelen?

De activiteitenhoek
Richt een verkleedhoek in. Natuurlijk mogen de indianenkleren niet ontbreken. Ook kunnen de peuters zich verkleden met mooie danskleren. Dan is het tijd voor een dansje én de wiebelbillenboogie.

Het boek
Koop het boek De wiebelbillenboogie of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Wie danst er graag? Dans je op muziek of als je een liedje zingt? Dans je alleen of samen met anderen? Als je danst kun je alles laten bewegen … je armen, je hoofd, je benen én je billen.

De grote treinreis

Sophia en haar knuffel Wolletje zijn altijd samen. Ook als ze bij oma en opa logeren. Maar in de trein terug naar huis valt Sophia in slaap. Als opa haar de trein uit draagt, blijft Wolletje alleen achter. Hij beleeft een avontuur vol kleuren, lampjes en treinkaartjes, maar … niemand kan hem verstaan. Dat kan alleen Sophia. In dit prentenboek lees je één verhaal, maar je ziet er twee. Wolletje maakt een grote treinreis, terwijl opa alles op alles zet om hem terug te brengen naar Sophia.

Het woordweb
station trein mensen zwaaien conducteur fluiten boot gapen slapen stil horen perron schreeuwen
niemand schoot stempeltang kaartje verloren knuffel helpen lampjes knopjes groen rood oranje
stoppen zweven opa avontuur

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn het meisje en haar knuffel? Wat zie je uit het raam?
Hoe noem je het kaartje dat voor het raam ligt?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld station, trein, mensen, zwaaien, conducteur, fluiten, boot, gapen, slapen, perron, knuffel, lampjes, knopjes en opa aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De grote treinreis
en leg het op tafel. Mocht u in het bezit zijn van conducteurspullen of een treinkaartje, dan kunt u deze ook op tafel leggen. Wie heeft er een keer met de trein gereisd? Waar ging de reis naar toe? Wat zag je in de trein? Wat zag je als je uit het raampje van de trein naar buiten keek?

De aciviteitenhoek
Richt een treinhoek in. Door enkele stoelen uit de groep achter elkaar te plaatsen maak je een
eenvoudige trein. Als het fluitje gaat, mogen alle peuters en knuffels instappen. Dan stopt de trein.
Iedereen mag uitsteppen. Vergeet niemand zijn of haar knuffel?

Het boek
Koop het boek De grote treinreis of leen het boek uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Stop halverwege het verhaal en laat de peuters, met behulp van de illustraties, het verhaal zelf verder vertellen. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Hoe heet je knuffel? Wie is er ook een keer zijn of haar knuffel kwijt geraakt? Hoe voelde je je toen je knuffel kwijt was? Heb je de knuffel weer gevonden? Waar was de knuffel?

Bang Mannetje

Bang Mannetje is bang voor van alles: bang om iets te zeggen als er iemand voordringt bij de bakker, bang om de straat op te gaan in zijn lievelingsbloemenbroek, bang voor spoken onder zijn bed. Hopelijk kan de toverboom hem helpen om iets minder bang te worden.

Het woordweb
bang bakker voordringen spook Gouden Gids hulp spreekuur bellen afspraak wild woest woud
draak rookpluimen neusgaten vuurwolk zwevend geraamte spin losmaken draden donker pad
toverkol kikkers kakkerlakken pompoen soep vleermuis gehuil gekrijs sjaal hulp toverboom dapper

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Is het jongetje alleen? Wie zie je nog
meer? Waar is het jongetje?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld bang, bakker, spook, Gouden Gids, woud, draak, rookpluimen, neusgaten, geraamte, spin, toverkol, vleermuis en toverboom aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam enoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Bang Mannetje en leg het op tafel. Laat de peuters prenten aanwijzen die ze eng vinden. Zijn de peuters bang voor de toverkol? Bang voor de draak of bang voor de vleermuis? Is Bang Mannetje ook bang? Wie is er heel dapper en durft alles! Laat de peuters vertellen over wat ze durven. Net zoals een ‘best wel Dapper Mannetje’ zijn er heel veel ‘best wel Dappere Peuters’.

De aciviteitenhoek
Richt een emotiehoek in. In de emotiehoek kunnen de peuters kleuren sorteren. Van welke kleuren
word je heel vrolijk? Welke kleuren vind je eng en maken je een beetje bang? Ook kunnen de
peuters allerlei materialen met de ogen dicht voelen. Een zacht en harig kussentje geeft een knus,
warm en veilig gevoel. Van een stekelig voorwerp (bijvoorbeeld sommige schelpen) word je minder
blij. Hang een geel en een zwart vel aan de wand. Laat de peuters in tijdschriften plaatjes scheuren
waarvan ze vrolijk worden en plaatjes scheuren die ze eng vinden. Lijm de vrolijke plaatjes op het
gele vel en de enge plaatjes op het zwarte vel.

Het boek
Koop het boek Bang Mannetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Stop halverwege het verhaal en laat de peuters, met behulp van de illustraties, het verhaal zelf verder vertellen. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie is er wel eens bang? Bestaan er spoken onder het bed? Nee! Spoken bestaan niet. Waarvoor ben je bang? Wat doe je als je ergens
bang voor bent?