Wepboek
Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex

Op een mooie lentedag werd een kleine Dinodrachus geboren. Een Dinodrachus is half dinosaurus, half draak. Zijn moeder noemde hem Sjakie. Op een dag was Sjakie een beetje moe en besloot een dutje te gaan doen. Gelukkig had hij zijn konijn en zijn giraf. En terwijl hij ze stevig vasthield, viel hij in een diepe slaap. Maar toen gebeurde het … Plotseling kwamen er twee grote poten de grot binnen. Toen Sjakie wakker werd, schrok hij zich een stekel… Giraf en Konijn waren verdwenen!

Het woordweb
geboren Dinodrachus kleurtjes blokken computer mensenkind moe dutje slaap poten Tyrelierus
Rex knuffels pakken stomp wind verstijven wakker veilig afstand huilen dolblij vrienden

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? De kleine Dinodrachus is half dinosaurus en half draak. Hij heeft twee knuffels. Zie jij de knuffels?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld Dinodrachus, dinosaurus, kleurtjes, blokken, computer, dutje, poten, Tyrelierus Rex, knuffels, huilen, dolblij en vrienden aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex en leg het op tafel. Laat het boek, nadat u het boek enkele keren heeft voorgelezen en ze meerdere keren naar de animatie hebben gekeken, door de peuters met behulp van de prenten vertellen. Help de peuters weer op weg als het verhaal dreigt vast te lopen.

De activiteitenhoek
Richt een vriendenhoek in. De kleine Dinodrachus en het Tyramiesusje werden dikke vrienden. Ze speelden samen met hun knuffels en deden nog veel meer spelletjes, zoals verstoppertje spelen, zakdoekje leggen en vader en moedertje. In deze vriendenhoek mogen telkens twee of drie peuters samen iets maken of samen spelen. Overleg met de peuters wat ze graag alle twee of alle drie willen doen en laat ze vervolgens deze activiteit samen spelen of maken.

Het boek
Koop het boek Sjakie de kleine Dinodrachus en de grote Tyrelierus Rex of leen het uit de bibliotheek.
Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Mag je iemand een klap geven? Wat bedoelt mama met iemand een poepie laten ruiken? Wie is jouw beste vriendje of vriendinnetje? Welke spelletjes speel jij met je beste vriendinnetje of vriendje?

Schatje en Scheetje

Schatje en Scheetje zitten in het gevang. Ze hebben een paar blauwe sokken gestolen. En elkaars hart. Elke dag kruipt Scheetje door de tralies naar buiten. Daar steelt hij al het mooie van het leven voor zijn Schatje. Hij brengt haar de zon, een halve maan, een hele sterrenhemel. Ze hebben het heerlijk in hun cel, Schatje en Scheetje. Maar dan slaat het noodlot toe: ze worden vrijgelaten! Wat nu?

Het woordweb
kerker boeven hart stelen sokken gevangen geluk raam tralies zee zon uitzicht schouders lasso
maan sterren sterrenhemel vangst slaap ochtend ontbijt vitaminen noodlot vrijlaten agent pikken

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn de meneer en de mevrouw? Wat hebben ze aan?
Wat valt je op aan het raam? Waarom zijn er hartjes getekend?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld kerker, boeven, sokken, zee, zon, uitzicht, schouders, lasso, maan, sterren sterrenhemel en agent aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Schatje en Scheetje en leg het samen met een paar roze en blauwe sokken op tafel. Mocht u in het bezit zijn van een boevenpak kunt u deze ook op tafel leggen. Waarom dragen Schatje en Scheetje aan het begin van het verhaal allebei één blauwe sok? Kijk naar de laatste prent. Hoe komen ze elk aan een roze sok? Wat haalt Schatje voor Scheetje en hangt hij op in de kerker?

De activiteitenhoek
Richt een schildershoek in. In het verhaal is ook een konijn. Wat doet het konijn? Laat de peuters met vrolijke kleuren een kleurenschilderij maken. Hang de schilderijen als een tentoonstelling op in deze hoek. Ga op een zonnige dag met de peuters naar buiten en bekijk samen met de peuter het groene gras, de bomen en de bloemen. Laat ze in dezelfde kleuren een mooi gekleurd schilderij maken.

Het boek
Koop het boek Schatje en Scheetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Schatje vindt Scheetje heel erg lief. Wie vind jij heel erg lief? Hoe laat je zien dat je hem of haar heel lief vindt? Wat vind je fijn om met haar of hem te doen?

Nippertje

Elke ochtend roept mama: ‘Opschieten, Nippertje! We moeten gaan.’ Maar Nippertje wil eerst zijn auto’s nog opruimen, of een liedje spelen op de piano. Nippertje kan niet opschieten en toch komt hij één keer precies op tijd!

Het woordweb
ochtend opschieten toren dozen blokjes auto opruimen stofzuigen verkeerd kast liedje piano
oefenen zenuwachtig horloge veters strikken school tuin bloemen mevrouw bus wachten lekkers
snoepje schoolplein leeg verbaasd laatste haakjes bezet kus doekje krukje ziek waarschuwen
ambulance wegdragen blozen tijd ziekenhuis vrolijk mop straat weg volgende

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? Waar kijkt het kleine egeltje naar?
Wat doet mama egel? Loopt mama egel snel of langzaam? Snel, ze heeft haast!

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld toren, dozen, blokjes, auto, opruimen, kast, piano, horloge, veters, strikken, tuin, bloemen, mevrouw, bus, lekkers, schoolplein, haakjes en ziekenhuis aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Nippertje en leg het op tafel. Waarom zegt mama dat Nippertje moet opschieten? Kan Nippertje opschieten? Wat moet Nippertje allemaal doen voordat hij samen met mama naar de bus gaat? Door wie wordt
meneer Vogel op het nippertje gered? Door Nippertje!

De activiteitenhoek
Richt een speelgoedhoek in. Leg speelgoed door elkaar en plaats enkele lege manden of kisten. Maak met enkele picto’s (afbeelding blok, auto, pop, muziekinstrumenten) duidelijk waar welk speelgoed hoort. Laat de peuters al het speelgoed sorteren en op de juiste plek opbergen. Dan kunnen de peuters, net als Nippertje, een heel hoge toren bouwen, een liedje zingen en muziek maken.

Het boek
Koop het boek Nippertje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Heeft mama of papa ’s ochtends ook veel haast? Wat doe jij als je als eerste wakker wordt? Waar speel jij graag mee als je wakker bent? En daarna? Is het dan tijd om naar het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal te gaan?

Giraf gaat slapen

Op een nacht hoort Giraf geluiden. Enge geluiden. Hij kan er de hele nacht niet van slapen. Zou het een monster zijn? Wat moet hij doen? ‘Nooit meer slapen natuurlijk!’ zegt Krook. ‘En heel hard zingen,’ roept Zebra, ‘want daar houden monsters niet van.’ Gelukkig heeft Olifant een beter plan…

Het woordweb
Oor deken luisteren voorbij gekraak geritsel eng geluiden monster in elkaar kruipen nooit slapen giechelen spelen rivier taart zonnen dam huis welterusten moe zuchten nacht hart bonken hard ingen stijf angst bonzen schaduw adem vriendelijk ruizen rivier stromen water zee dicht nachtmuziek

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn het voor dieren? Is het dag of nacht? Waaraan zie
je dat?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld oor, deken, luisteren, geluiden, in elkaar kruipen, slapen, spelen, rivier, taart, zonnen, moe, zingen, schaduw en nachtmuziek aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Giraf gaat slapen en leg het samen met een pyjama op tafel. Waarom durft Giraf niet te slapen? Waarvoor is Giraf bang? Ben jij ook bang als je gaat slapen? Waarvoor ben je bang? Wie roep je als bang bent? Is Giraf aan het einde van het boek nog bang? Nee, Giraf geniet van de nachtmuziek!

De activiteitenhoek
Richt een slaapkamerhoek in. Speel dat één van de knuffels bang is. De knuffel durft niet te gaan slapen. De knuffel hoort enge geluiden, gekraak en geritsel. Welke peuter kan knuffel helpen? isschien kan een peuter met behulp van de prenten uit het boek de knuffel het verhaaltje ‘voorlezen’. Kan de knuffel nu lekker gaan slapen? Welterusten!

Het boek
Koop het boek Giraf gaat slapen of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Wie er ook bang in het donker? Welke geluiden hoor jij in bed als je gaat slapen? Ook die geluiden horen bij de nachtmuziek!

Doornroosje

Er was eens een prinsje, hij heette Casper. Zijn mama had een kindje in haar buik. Toen de baby geboren was, zei zijn papa: ‘Casper, jij mag voor iedereen een kaartje maken om te vertellen dat je een zusje hebt gekregen. Ze heet Doornroosje.’ Casper maakte kaartjes voor iedereen. De mooiste kaartjes waren voor de feeën. Daarna kon het geboortefeest beginnen.

Het woordweb
prinsje kindje wens verwachting koninkrijk rozen knutselpapier kaartje fiets troonzaal krijsen wakker bonbon gedonder onweer stampvoetend spinnewiel verbranden boze fee slapen torenkamer
rozenstruiken prins kusje

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wie is dit meisje? Wat doet het meisje? Waarom slaapt ze tussen rozen? Weet iemand hoe het meisje heet?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld prinsje, kindje, rozen, knutselpapier, kaartje, fiets, troonzaal, baby, fee, spinnewiel, slapen, verbranden, rozenstruiken, prins en kusje aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Doornroosje en leg het samen met enkele rozen op tafel. Sprookjes beginnen altijd met ‘Er was eens’ en eindigen met ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’. Wie kan het verhaal van Doornroosje navertellen nadat u het boek heeft voorgelezen en de animatie enkele keren heeft laten zien? Laat een dik sprookjesboek zien. Welke sprookjes uit het dikke sprookjesboek kennen de kinderen? (Hans en Grietje, De wolf en de zeven geitjes, De gelaarsde kat, Assepoester, Sneeuwwitje)

De activiteitenhoek
Richt een kaartenhoek in. Pas als Casper voor iedereen een kaart mag maken, vindt hij het erg leuk
dat hij een zusje heeft gekregen. Hij maakt de mooiste kaarten. Vouw stevig papier tot kaarten en laat de peuters met vingerverf een mooie kaart voor mama, papa, opa of oma maken. Met al die mooie kaarten lijkt het wel feest in de groep!

Het boek
Koop het boek Doornroosje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie heeft er ook een broertje of zusje gekregen? Vond je het leuk dat je een broertje of zusje kreeg? Heeft iedereen toen een kaart gekregen voor een geboortefeest? Kreeg de baby ook cadeautjes?

De grote treinreis

Sophia en haar knuffel Wolletje zijn altijd samen. Ook als ze bij oma en opa logeren. Maar in de trein terug naar huis valt Sophia in slaap. Als opa haar de trein uit draagt, blijft Wolletje alleen achter. Hij beleeft een avontuur vol kleuren, lampjes en treinkaartjes, maar … niemand kan hem verstaan. Dat kan alleen Sophia. In dit prentenboek lees je één verhaal, maar je ziet er twee. Wolletje maakt een grote treinreis, terwijl opa alles op alles zet om hem terug te brengen naar Sophia.

Het woordweb
station trein mensen zwaaien conducteur fluiten boot gapen slapen stil horen perron schreeuwen
niemand schoot stempeltang kaartje verloren knuffel helpen lampjes knopjes groen rood oranje
stoppen zweven opa avontuur

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn het meisje en haar knuffel? Wat zie je uit het raam?
Hoe noem je het kaartje dat voor het raam ligt?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld station, trein, mensen, zwaaien, conducteur, fluiten, boot, gapen, slapen, perron, knuffel, lampjes, knopjes en opa aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De grote treinreis
en leg het op tafel. Mocht u in het bezit zijn van conducteurspullen of een treinkaartje, dan kunt u deze ook op tafel leggen. Wie heeft er een keer met de trein gereisd? Waar ging de reis naar toe? Wat zag je in de trein? Wat zag je als je uit het raampje van de trein naar buiten keek?

De aciviteitenhoek
Richt een treinhoek in. Door enkele stoelen uit de groep achter elkaar te plaatsen maak je een
eenvoudige trein. Als het fluitje gaat, mogen alle peuters en knuffels instappen. Dan stopt de trein.
Iedereen mag uitsteppen. Vergeet niemand zijn of haar knuffel?

Het boek
Koop het boek De grote treinreis of leen het boek uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Stop halverwege het verhaal en laat de peuters, met behulp van de illustraties, het verhaal zelf verder vertellen. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Hoe heet je knuffel? Wie is er ook een keer zijn of haar knuffel kwijt geraakt? Hoe voelde je je toen je knuffel kwijt was? Heb je de knuffel weer gevonden? Waar was de knuffel?

Bang Mannetje

Bang Mannetje is bang voor van alles: bang om iets te zeggen als er iemand voordringt bij de bakker, bang om de straat op te gaan in zijn lievelingsbloemenbroek, bang voor spoken onder zijn bed. Hopelijk kan de toverboom hem helpen om iets minder bang te worden.

Het woordweb
bang bakker voordringen spook Gouden Gids hulp spreekuur bellen afspraak wild woest woud
draak rookpluimen neusgaten vuurwolk zwevend geraamte spin losmaken draden donker pad
toverkol kikkers kakkerlakken pompoen soep vleermuis gehuil gekrijs sjaal hulp toverboom dapper

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Is het jongetje alleen? Wie zie je nog
meer? Waar is het jongetje?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld bang, bakker, spook, Gouden Gids, woud, draak, rookpluimen, neusgaten, geraamte, spin, toverkol, vleermuis en toverboom aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam enoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Bang Mannetje en leg het op tafel. Laat de peuters prenten aanwijzen die ze eng vinden. Zijn de peuters bang voor de toverkol? Bang voor de draak of bang voor de vleermuis? Is Bang Mannetje ook bang? Wie is er heel dapper en durft alles! Laat de peuters vertellen over wat ze durven. Net zoals een ‘best wel Dapper Mannetje’ zijn er heel veel ‘best wel Dappere Peuters’.

De aciviteitenhoek
Richt een emotiehoek in. In de emotiehoek kunnen de peuters kleuren sorteren. Van welke kleuren
word je heel vrolijk? Welke kleuren vind je eng en maken je een beetje bang? Ook kunnen de
peuters allerlei materialen met de ogen dicht voelen. Een zacht en harig kussentje geeft een knus,
warm en veilig gevoel. Van een stekelig voorwerp (bijvoorbeeld sommige schelpen) word je minder
blij. Hang een geel en een zwart vel aan de wand. Laat de peuters in tijdschriften plaatjes scheuren
waarvan ze vrolijk worden en plaatjes scheuren die ze eng vinden. Lijm de vrolijke plaatjes op het
gele vel en de enge plaatjes op het zwarte vel.

Het boek
Koop het boek Bang Mannetje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Stop halverwege het verhaal en laat de peuters, met behulp van de illustraties, het verhaal zelf verder vertellen. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie is er wel eens bang? Bestaan er spoken onder het bed? Nee! Spoken bestaan niet. Waarvoor ben je bang? Wat doe je als je ergens
bang voor bent?