Wepboek
Wout wil niet

Wout speelt het liefste binnen, lekker knus bij mama. Maar mama wil dat hij ook de wereld buiten ontdekt. Wout wil niet. En al helemaal niet als hij moet! Hoe gaat mama dat oplossen?

Het woordweb
binnen buiten wereld hoofd liever hond samen spelen moeten plassen opgeven twee willen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het jongetje? Waar is het jongetje? Wat heeft het jongetje van een lap en een stoel gemaakt? Is het jongetje buiten of binnen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld binnen, buiten, wereld, hoofd, hond, spelen en plassen aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Wout wil niet en leg lappen stof en speelgoed op de tafel. Laat de peuters van een grote stoel en een lap stof een tent maken. We zijn nu binnen. Maar als we, zoals in het boek, in de tent zijn, spelen we binnen dat we binnen zijn. Ga vervolgens met de peuters naar buiten. Zijn we nu nog binnen? Nee … nu zijn we buiten. Ook buiten kan er heerlijk gespeeld worden. Tijdens mooi weer vinden peuters het eerlijk om samen met u, met behulp van wasknijpers, takken en lappen een eenvoudige tent te maken. Zo kan er buiten worden gespeeld en kunnen kinderen toch binnen in de tent gaan zitten.

De activiteitenhoek
Richt een huishoek in. Met een grote wasmachinedoos waarin gaten voor een deur en ramen zijn gemaakt, kunnen de peuters met speelgoed en knuffels fijn binnen spelen. Het huis kan vrolijk beschilderd worden zodat het een knusse speelhoek voor de peuters wordt.

Het boek
Koop het boek Wout wil niet of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie speelt er ook graag binnen? Mag je alleen buiten spelen? Met wie speel je buiten? Wat speel je buiten? Wie heeft er ook een hond? Speel je ook samen met je hond? Wat speel je met je hond?

Natte voeten

Veertje en haar hondje Tommie worden wakker. Weer een nieuwe dag! Ze spelen met alles wat bij de herfst hoort, zoals een grote hoop bladeren.

Het woordweb
wakker dwarrelen bladeren vangen bladerhopen plensbui drogen doornat paraplu omdraaien boot
storm stranden waaien droog wind hoog touw beneden rijden kar landen verhaaltje slapen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zijn Veertje en Tommie? Wat valt uit de lucht op de grond?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld dwarrelen, bladeren, vangen, bladerhopen, plensbui, doornat, paraplu, boot en storm aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Natte voeten en
leg bladeren in verschillende kleuren op de tafel. De bladeren kunnen worden gesorteerd en er kunnen bladerhopen van worden gemaakt. Laat de peuters de bladeren net als in het boek omhoog gooien en omlaag dwarrelen. Daarna kunnen ze tot bladerhopen bij elkaar worden geveegd

De activiteitenhoek
Richt een mooie herfsthoek in. De peuters kunnen herfstspullen van thuis meenemen. Ook kan er gezamenlijk een herfstwandeling worden gemaakt. Alle eikels, kastanjes, bolsters en bladeren worden in de hoek tentoongesteld. Leg een blad op een vel papier en laat de peuters met een tamponeerkwast de omtrek van een blad schilderen. Als het blad wordt weggehaald is er een mooie omtrekvorm te zien. Door een blad te beschilderen en er daarna op een leeg vel papier een afdruk van te maken, is het hele herfstblad zichtbaar. Hang alle schilderijen als een herfsttentoonstelling in de hoek op.

Het boek
Koop het boek Natte voeten of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie heeft er ook een keer in een plensbui gelopen en werd doornat? Heb je je thuis afgedroogd en droge kleren aangetrokken? Wie vindt het ook leuk om bladeren te vangen of om grote bladerhopen te maken? Als er een tuin of speelplaats bij het kinderdagverblijf of de peuterspeelzaal is, is het voor de peuters een feest om alle bladeren op te ruimen. Maak van alle bij elkaar geveegde bladeren een hele grote bladerhoop!

Mag ik eens in je luier kijken?

Muisje is ontzettend nieuwsgierig. Overal wil hij in kijken, zelfs in de luiers van zijn vriendjes. Haasje, Geitje, Hondje, Koetje, Paardje en Varkentje, een voor een komen ze aan de beurt. Dan willen de vriendjes natuurlijk ook wel eens weten wat er in de luier van Muisje zit. Er staat hen een grote verrassing te wachten.

Het woordweb
nieuwsgierig onderzoeken in kijken gaatje potje flesje holletje snuitje overal luier hazenkeuteltjes
geitenkeuteltjes hondendrolletje koeienvlaai paardenvijgen varkenspoep potje.

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat doet het muisje? Wat heeft het muisje aan?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld kijken, gaatje, potje, flesje, holletje, snuitje, overal, luier, hazenkeuteltjes, hondendrolletje, varkenspoep en potje aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord en de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Mag ik eens in je luier kijken? en leg luiers, knuffels en een potje op de tafel. Wie draagt er ook een luier? Welke peuters oefenen al om op een potje te zitten? Knap hoor! De poppen en de knuffels willen ook graag een luier aan. Wie kan pop of knuffel verschonen? Eén pop wil graag oefenen op een potje. Welke peuter kan pop helpen?

De activiteitenhoek
Richt een potjeshoek in. Zet verschillende potjes in de hoek. Leg verschillende knuffels en poppen
én een stapel luiers in de hoek. In een babybadje en met natte doekjes kunnen de peuters iedereen
verschonen.

Het boek
Koop het boek Mag ik eens in je luier kijken? of leen het boek uit de bibliotheek. Door de animatie
en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie draagt er ook een luier? Wie oefent er zoals Muisje op een potje? Ook is het leuk om samen met de peuters alle keuteltjes en drolletjes uit het boek te tellen. Hoeveel drolletjes heeft hondje in zijn luier? Eén!

Het onnozele gansje

Als Vosje Gansje wijsmaakt dat haar oren weg zijn, is Gansje helemaal in paniek. Waar zijn haar oren? Dan komt ze Pauw tegen, die toevallig oren verkoopt. Wat een geluk! Gansje is zo opgewonden, dat ze niet ziet dat Pauw puntige oren, een dikke staart en vlijmscherpe tanden heeft. Kunnen de vrienden van Gansje haar redden?

Het woordweb
oren weg veren nek vleugels rennen verloren lang groot kopen winkel vermommen streek redden
perfect knetterend flapperen verloren verslagen prikken wegjagen

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat is dit voor een dier? Wat zie je aan Gansje? Waar zijn
haar oren?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld oren, veren, nek, vleugels en winkel aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Het onnozele Gansje en leg foto’s van verschillende dieren op de tafel. Laat de peuters eerst bij alle dieren de ogen aanwijzen. Zo kunnen ook alle neuzen en snavels aangewezen worden. Tot slot kunnen de peuters op zoek gaan naar de oren. De oren van een gans zitten heel goed verstopt.

De activiteitenhoek
Richt een mooie oren- en luisterhoek in. Natuurlijk mag de prent van Gansje niet ontbreken. Gansje
kan met haar oren heel goed horen! In de luisterhoek kunnen de peuters luisteren naar mooie verhalen en ook zelf geluid maken. Met allerlei verschillende voorwerpen kan geluid worden gemaakt. Een leuke oefening is om geluiden uit de groep op te nemen en de peuters te laten raden welke geluiden het zijn. Herkennen de peuters het geluid van een lopende kraan, het geluid van een stofzuiger, het drinken van een glas water of het dekken van de tafel?

Het boek
Koop het boek Het onnozele Gansje of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Waar luister jij graag naar? Kun je oren echt in de winkel kopen? Kun je je eigen oren aanraken? Wat zit er nog meer aan je hoofd? Zing met de peuters het liedje Hoofd, schouders, knie en voet(teen), knie en voet(teen). Hoofd, schouders, knie en voet(teen). Knie en voet (teen). Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie, en voet(teen), knie en voet(teen). Laat de peuters de ogen sluiten. Loop naar een hoek en vraag me
zachte stem waar je staat. Hebben alle peuters goed gehoord waar u staat en wijzen ze de juiste richting aan? Wat een knappe oren!

Grote beer kleine beer

Kleine Beer wil net zo groot en snel worden als zijn moeder. In de koude poolsneeuw laat Moeder Beer aan Kleine Beer zien hoe het is om groot te zijn. Dat is leuk, maar Kleine Beer besluit dat hij nu nog niet groot wil zijn, want klein zijn heeft ook zo zijn voordelen …

Het woordweb
groot morgen koud berenhol poten rechtop staan eten stoeien lievelingsspelletje lachen giechelen rennen sneller wereld hemel wind sprong lucht vliegen landen plons zwemmen ijsschots schouders slaap

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wat doen de kleine beer en de grote beer? Waar zijn de kleine beer en de grote beer? Is het er warm of koud?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld berenhol, poten, rechtop staan, stoeien, rennen, wereld, hemel, sprong, lucht, vliegen, landen, plons, zwemmen en ijsschots aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Grote Beer Kleine Beer en leg het met verschillende andere boeken over beren en berenknuffels op de tafel. Hoe ziet een beer er uit? Wie zorgt er voor Kleine Beer? Wat ontdekt Kleine Beer? Wat kan Grote Beer wat Kleine Beer nog niet kan? Lees het boek voor. Stop na meerdere keren de animatie te hebben bekeken en het boek voor te hebben gelezen halverwege het verhaal. Wie kan vertellen wat er op de volgende prent gebeurt? Ga daarna verder met voorlezen.

De activiteitenhoek
Richt een berenhoek in waar het verhaal kan worden nagespeeld met een grote en een kleine beer.
Maak met behulp van kussens en een wit laken een sneeuwlandschap. De beren gaan rennen, liegen en ‘zwemmen’. Voor de peuters wordt het extra spannend als er ook een berenhol is gemaakt. Na een lange reis vol avonturen is Kleine Beer moe en gaat hij lekker slapen.

Het boek
Koop het boek Grote Beer Kleine Beer of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld, begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Wie kan er ook heel hard rennen? Wie gaat er wel eens op de schouders van mama of papa zitten? Dan ben je groot en kun je net als Kleine Beer bijna de hemel aanraken! Zijn er peuters die al eens hebben gezwommen? Springt de peuter dan samen met mama of papa óók met een plons in het water?

De lievelingstrui

Kleine Toon wilde dolgraag groeien. Hij deed zijn best, en toch lukte het niet. ‘Maar,’ zei kleine Toon, ‘mijn lievelingstrui kan ik zelf aandoen!’ En dat was waar. Toen kwam er een dag dat de trui niet meer aanwilde.

Het woordweb
klein groeien stoel kast plank groeimeter trui mouw lievelingstrui aantrekken oever ondersteboven
rollen boos varen hempje groeien springen vlot vlag lievelingsvlag

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan? Wat doen de dieren? Wat hebben de dieren aan? Wie heeft er ook een rode trui? Is het je ievelingstrui?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs bijvoorbeeld stoel, kast, plank, groeimeter, trui, hempje*, groeien, vlot en vlag aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden? * Hempje is de schrijfwijze in het prentenboek

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De Lievelingstrui en leg verschillende baby- en peuterkleren op de tafel. Vergelijk een babytrui en een peutertrui met elkaar. Wat is het verschil? Passen de kleren die je als baby droeg nu ook nog? Waarom niet? Vergelijk nu de kleren die u draagt met de kleren die de peuter draagt. Neem van thuis een T-shirt mee en trek dit eerst zelf aan. Laat daarna een peuter het shirt dragen. Zien de peuters dat het shirt nog veel te groot is?

De was – knuffelhoek
In dit boek zitten veel oorzaak- en gevolgrelaties en het leent zich dus ook voor vragen van het derde niveau. Dit zijn vragen op taalkundig niveau zoals het benoemen van oorzaak en gevolg en het stellen van vervolgvragen. Knuf is vies en moet worden gewassen. Als iets nat is, droog je het af zodat het weer droog wordt. Richt een hoek in waar knuffels gewassen kunnen worden. Met een poppenbadje, warm water en badschuim kunnen de peuters alle vieze knuffels wassen. Doe de peuter een schort voor zodat zijn kleren tijdens het wassen droog blijven. Als de knuffel weer schoon is, mag het drogen op een handdoek.

De activiteitenhoek
Hang in een hoek een groeimeter. Een voor een kunnen de peuters tegen de muur, waaraan de groeimeter hangt, staan. Hang bij elk streepje een foto van het kind. Herhaal deze activiteit edurende het jaar. Wie is er de volgende keer gegroeid? Niet alleen mensen maar ook dieren en planten groeien. Zaai met de peuters radijs of tuinkers in een potje aarde. Al na een paar dagen zien de peuters dat de plantjes zijn gegroeid

Het boek
Koop het boek De Lievelingstrui of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Hebben de peuters ook een trui of broek die zo fijn zit dat ze het elke dag wel willen dragen? Dan is dat je lievelingstrui of je lievelingsbroek. Hebben de peuters ook een keer meegemaakt dat iets niet meer past? Wat heeft mama of papa toen met de trui of broek gedaan? Wat draag je nog meer en past als je gegroeid bent niet meer? Je broek, je jas, je schoenen én … je trui!

Bibi gaat naar de bieb

Bibi heeft haar bibliotheekkaart gepakt. Ze heeft haar tas vol boeken gestopt. En ze heeft haast. Waarom heeft ze haast? Omdat het dinsdag is en op dinsdag gaan Bibi en haar moeder altijd naar de bibliotheek. Ga mee met Bibi naar de bieb en kijk wat daar allemaal te doen is.

Het woordweb
bibliotheek negen uur boeken rugzak bibliotheekkaart vlakbij lopen bibliothecaresse machine kinderen hoek stil gebaren voorlezen uitzoeken lenen cappuccino sap schuim

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Waar zou het verhaal over kunnen gaan?
Wat heeft het meisje in haar hand? Waar zijn zoveel boeken te vinden? Is er iemand wel eens in de bibliotheek geweest? Wat kun je doen in een bibliotheek?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil, maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld bibliotheek, boeken, rugzak, bibliotheekkaart, kinderen en cappuccino aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek Bibi gaat naar de bieb en leg het met verschillende andere boeken op de tafel. Vergelijk de boeken met elkaar. Ga ook een keer voorlezen. Wie kent het verhaal al? Is het fijn om een verhaal nóg een keer te horen? Stop halverwege het verhaal en laat een van de peuters het verhaal zelf verder vertellen.

De was – knuffelhoek
Richt in een hoek een bibliotheek in waar de peuters boeken kunnen ‘lenen’ en waar ook in prentenboeken gelezen kan worden. Natuurlijk is er ook een computer aanwezig waar alle prentenboeken op www.wepboek.nl te beluisteren en te bekijken zijn. Oudere peuters vinden het heerlijk om een bekend prentenboek met behulp van de illustraties aan andere kinderen of knuffels ‘voor te lezen’.

Het boek
Koop het boek Bibi gaat naar de bieb of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over hun eigen ervaringen vertellen. Zijn de peuters al eens in een bieb geweest? Informeer bij de plaatselijke bibliotheek naar de mogelijkheden om een bezoekje met uw groep aan de bieb te maken. Daarnaast organiseert de bibliotheek regelmatig speciale voorleesuurtjes voor peuters.

De wiebelbillenboogie

Als mama even weg moet, zorgt papa voor de kinderen zoals alleen hij dat kan. Binnen de kortste keren wordt het een vrolijke bende. Alles kan en alles mag. Wat zou mama daarvan vinden?

Het woordweb
mama weg werk papa zorgen gooien ballen lucht gillen indiaan opperhoofd verkenning volgen honger bananenjacht bad schuim zwarte voeten spuiten vissen kom billen wiebelen slurf slap thuiskomen dansen zingen lachen kijken

Voor het kijken
Laat de peuters het DVD-hoesje zien. Wat zijn dit voor dieren? Waar zijn de olifanten? Wat zijn de olifanten aan het doen?

Tijdens het kijken
De vragen binnen de animatie zijn vragen van niveau 2. De vragen herhalen wat de tekst zelf aanbiedt. Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich met name op het begrijpen van het verhaal. Observeer welke peuters niet of nauwelijks op de vragen reageren. Sommige peuters zijn stil maar weten precies waar het verhaal over gaat.

Na het kijken
Bekijk de animatie ook op www.wepboek.nl Zet de animatie stil bij de woorden uit het woordweb die u met de peuter gaat oefenen. Wijs ijvoorbeeld mama, papa, gooien, ballen, indiaan, bad, schuim, zwarte, voeten, billen, wiebelen, dansen en zingen aan en vraag wie of wat het is. Ook kunt u een woord of naam benoemen waarna de peuter het woord of de naam uitspreekt. Weet de peuter alle namen en woorden?

Verteltafel
Richt een tafel in met enkele voorwerpen uit het woordweb. Koop of leen het boek De wiebelbillenboogie en leg verkleedkleren van een indiaan, een tros bananen, badschuim en een bak met water op de tafel. Laat de peuters zich als indiaan verkleden en ga met ze op bananenjacht. Hebben de peuters van de jacht vieze handen gekregen? Met schuim en water worden de handen gewassen. Het is de hoogste tijd om de bananen te gaan eten. Tijdens het fruituurtje kan er heerlijk van de bananen worden gesmuld. Dan is het tijd voor de wiebelbillenboogie. Zing het lied Eén voor de centjes. Twee voor de show. Op drie ben je klaar voor de billenboogie, Go! En … laten alle peuters de billen wiebelen?

De activiteitenhoek
Richt een verkleedhoek in. Natuurlijk mogen de indianenkleren niet ontbreken. Ook kunnen de peuters zich verkleden met mooie danskleren. Dan is het tijd voor een dansje én de wiebelbillenboogie.

Het boek
Koop het boek De wiebelbillenboogie of leen het uit de bibliotheek. Door de animatie en de vragen die de koppoter heeft gesteld begrijpen de peuters het verhaal. Dat geeft veel zelfvertrouwen! Lees het boek voor aan een groepje peuters. Ga in op opmerkingen die de peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen. Wie danst er graag? Dans je op muziek of als je een liedje zingt? Dans je alleen of samen met anderen? Als je danst kun je alles laten bewegen … je armen, je hoofd, je benen én je billen.